What Remains

Choreography Zoë Demoustier

Performers Misha Demoustier, Jef Stevens, Karin Vyncke, Irene Schaltegger, Alice Monserez, Chizzy Chinaedu, Charlotte Maes, Kyora Kaiwa Stoffer, Luwe Van Gucht & Charlie Van Cauwenberghe

Dramaturgy Danielle van Vree

Choreography assistance Oihana Azpillaga

Artistic Advice Annemie Boonen, Misha Demoustier, Oihana Azpillaga & Wim Vandekeybus

Costume & research Annemie Boonen

Music & sound design Misha Demoustier & Rint Mennes

Music research Misha Demoustier & Sebastiaan Wets

Sound on tour Rint Mennes / Schröder

Light & set design Thomas Glorieux

Light advice Varja Klosse

Light on tour Thomas Glorieux / Benjamin Verbrugge

Interviews Yelena Schmitz

Production Ultima Vez

Co-production STUK Leuven, BRONKS Theater for young audiences, HET LAB Hasselt, Krokusfestival Hasselt

Assistance Emma Hons, Karlijn Vanoppen, Sarah Migairou Feldman, Dauwke Van Kerckhoven, Chisom Lois Onyebueke Chinaedu

With thesupport of the Tax Shelter measure of the Belgian Federal Government, Casa Kafka Pictures Tax Shelter empowered by Belfius.

Ultima Vez is supported by the Flemish Community and the Flemish Community Commission of the Brussels-Capital Region

Thanks to Kristien De Coster, Inne Goris, Kaïs Ung, Albertine Guilloteau Croizé, Hélène De Vrieze, Tom Herbots, Lana Van Dierdonck, Lore Stessel, Aaron Wouters & Klaartje Lambrechts

What Remains (c) Klaartje Lambrechts

What Remains is een verhaal over beginnen en eindigen, over staan op het uiterste van een levenslijn, op het punt waar je als kind begint of waar je als oudere eindigt. De poëzie van het veranderen als mens, het maken van herinneringen en de angst om deze te verliezen. In What Remains brengt Zoë Demoustier twee generaties samen op scène: kinderen die beginnen aan het leven en oudere dansers die het leven achter zich laten. De uitkomst van die ontmoeting is een fysiek en dansant spel tussen oud en jong dat het vergankelijke lichaam blootlegt. Er schuilt immers ook schoonheid in het verliezen, in het langzaamaan lichter worden van het lichaamsarchief. In een bewegingstaal waarin rollen kunnen omkeren, staan zowel jong als oud krachtig in hun kwetsbaarheid. Wie zorgt er voor wie? In de gelijkenissen en de verschillen vinden ze elkaar. Op scène staan drie ouderen, een jongvolwassene en zes kinderen.

De kinderen zijn tussen 5 en 13 jaar oud en komen uit verschillende wijken in Brussel en Vlaanderen. De keuze voor een gemengde groep van kinderen en ouderen is de logische consequentie van het thema: het onderzoek naar de beweging die zich voltrekt tussen jonge lichamen, nog ‘onbeschreven’ door ervaringen, en ouder wordende lichamen ‘gevuld’ met hun herinneringen.

De oudere generatie dansers en performers belichaamt het vergankelijke lichaam. Hoe verloopt dat proces van verwerven en verliezen van herinneringen? Wat als dat proces wordt omgekeerd, of als we de verwachtingen tegenover jonge en oudere lichamen doorbreken? Kan het zo beladen contrast tussen de beide fasen van het lichaam worden uitgegomd? Specifiek met betrekking tot de ouderen speelt bij Demoustier ook een emancipatoire motivatie. Demoustier: “Ik wil een pleidooi houden voor het zichtbaar maken van die oudere generatie op het podium. We praten veel over inclusie en de noodzaak van het tonen van verschillende lichamen, maar zij zijn intussen wel hun plek kwijt. Terwijl zij juist veel te vertellen hebben. Ze dragen in hun lichamen niet alleen hun persoonlijke geschiedenis mee, maar ook een bewegingsgeschiedenis die jonge choreografen nog helemaal moeten ontdekken.” Demoustier: “Ik hoop dat alles wat we samen hebben gezien, gelezen en uitgeprobeerd verzonken raakt in het bewegingsmateriaal, in de compositie en in de wisselende rolverdeling tussen de dansers. In het archief dat tijdens onze repetitieperiode ontstaan is." Op de vloer vertalen gesprekken over opgroeien en aftakelen zich in bewegingsfrases die zich herhalen, als in een film, waardoor steeds een nieuwe betekenis ontstaat.

En daarnaast zijn er natuurlijk de lichamen zelf van de dansers-performers, die vanzelf twee verschillende archieven naast elkaar zetten, en waartussen zich een verhouding zal ontwikkelen. Explicieter hoeft het niet. Vorm en inhoud moeten samenvallen, zoals dat zo mooi gebeurt bij Bernlefs Hersenschimmen: aan het eind van het boek verliest het hoofdpersonage niet alleen grip op zijn gedachten, ook de taal zelf verbrokkelt.” Dat samengaan van vorm en inhoud leidt in What Remains tot wat je een ‘dramaturgie van verlies’ zou kunnen noemen, die overigens niet alleen melancholisch is van toon. Er schuilt immers, voorbij de angst, ook schoonheid in het verliezen, in het steeds lichter worden van het lichaamsarchief.

Agenda